Liefste Ma’tje,
Vorige week donderdag.
Ik zie je nog altijd kiekeboe spelen,
met mijn jongste dochtertje, Tiany.
Nu maandag.
In de vroege ochtend,
was alles al passé.
Het was wel een hele korte tijd om afscheid te nemen.
Maar ja, das ‘t leven, zullen anderen wel zeggen.
Nu zitten we hier allen samen in de kerk
en brengen jou een laatste groet.
Pa, John, Patrick, Frank, Viviane en ikzelf,
samen met ons eigen gezin.
Elk met zijn eigen herinneringen,
de mooie en ook de minder mooie.
Soms werkte je ook wel eens op ons zenuwen.
Als je bij ons thuis, zo nodig eens wilde opruimen.
Of als je zonder veel diplomatie, iets zei dat kwetste.
Maar ja, dat zal wel een familietrekje zijn zeker?
Maar wat mij vooral zal bijblijven,
was je oneindige liefde,
voor je kinderen en kleinkinderen.
Zonder ook maar enig onderscheid.
Natuurlijk hield je ook van Pa.
De kleine en grote discussies die je met hem had,
die hoorden er gewoon bij,
maar gelukkig waren die steeds vlug bijgelegd.
Je kinderen en kleinkinderen,
oh God, wat zag je hen graag.
Als het met hen maar goed ging,
was al de rest van ondergeschikt belang.
Je lachte met hen,
je huilde met hen,
je speelde met hen,
maar steeds was het met hen.
We groeiden allen op en werden ouder.
Sommigen hadden ook zo hun problemen.
Maar telkens stonden jij en Pa klaar,
om ons er doorheen te helpen.
Sommige, vonden het raar,
dat je altijd de meeste aandacht,
aan de jongsten onder ons schonk.
Maar kom, het waren net die kleintjes,
die je het best op je schoot kon nemen. |
|
|
|
Dit in gedachten,
moet het verschrikkelijk geweest zijn,
toen je zo lang geleden Filipke verloor.
Toen ik je ooit eens vroeg,
hoe je dat, in hemelsnaam overleefd hebt,
vertelde je me,
dat je toen dikwijls op een brug gestaan hebt,
om gewoonweg te springen
en zo je verdriet te beëindigen.
Toch is het de gedachte aan je andere kinderen,
die je hielp om verder te leven.
Gelukkig maar, anders was ik er nooit gekomen,
en zou ik je nooit gekend hebben.
Achteraf gezien, kan ik maar één ding zeggen.
Zowel jij als Papa, hebben jullie uiterste best gedaan,
om ons zo deftig mogelijk op te voeden.
Wat we nu met ons verder leven aanvangen,
dat hebben we zelf in handen.
Jij hebt ongetwijfeld je deel volbracht.
Zo, ’t is nu tijd om langzaam nog eens dag te zeggen.
Hoewel ik nog zoveel over jou zou kunnen vertellen.
Gelukkig geloof ik er vast in,
dat er een hemel bestaat.
Je zit daar nu naar ons te kijken,
en je wil waarschijnlijk niet,
dat we zoveel verdriet hebben.
Pa houden we liefst nog even bij ons.
We zullen er altijd zijn,
om hem te steunen,
als hij het moeilijk heeft.
Dag Mama, het zal waarschijnlijk tot in de hemel zijn.
Maar als we daarin blijven geloven,
wat zijn dan die tientallen jaarkes,
tegen dat we elkaar daar weerzien.
Doe onze dierbare overledenen daarboven de groeten,
En geniet van het weerzien met je zoontje Filip.
Hou ook nog een oogje in het zeil,
zodat wij behoed worden,
voor te grote problemen.
Salu Mama, ik zal je nooit vergeten.
Bij alles wat ik doe,
zal er wel altijd een deel van mij zijn,
die aan je denkt.
Tot ziens, Ma’tje |
Ons ma’tje leefde voor haar familie.
Ieder reisje, examen, of moeilijk moment
stak ze een kaarsje aan om ons te beschermen.
Vrienden en kennissen merkten soms op,
dat ze over niets anders kon praten,
maar ze had ook niets anders nodig;…
ons en werken.
Werken, want luiheid was uit den boze.
Hoe dikwijls stond ons ma niet ’s avonds laat
en in het weekend te strijken,
na haar dagtaak bij de RTT.
We zien haar nog zo staan…
in de veranda van ons huis in de Gontrodestraat
en later in de garage
van ons nieuw huis in Lochristi.
De enige hobby die ze zichzelf toeliet
was tuinieren…
een hobby mocht vooral niet nutteloos zijn.
Vorige zomer moest ze persé
nog wat bomen vellen in “den hof”.
Als alles in bloei stond,
moesten we steevast
met haar eens “den toer van den hof” maken,
ieder bloempje in ’t latijn en triviaal benoemd.
Stekjes uitwisselen met vrienden, buren en ons.
Toen we nog allemaal klein waren
ging ze ook graag op reis.
Isola Bella, Rimmini , lago di Garda, Torricella,
Rinn, Cagne sur mèr en Salou,
roepen bij ons
onvergetelijk prettige momenten op.
Tijdens de rit naar onze bestemming
werd ons aardrijkskunde bijgeschaafd:
“ kijk kindjes, |
|
|
|
nu rijden we door het centraal massief”…
of, “zie Montelimar,
zeer gekend voor zijn nougat”.
De caravan in Blankenberge
maakt ook een deel uit
van onze jeugdherinneringen
met ma, pa, tante en mémé Anaïs,
haar geliefde moeder.
Elk zijn caravan, het leek wel een zigeunerkamp.
Ons ma kon ieder plekje waar ze was
gezellig maken.
’s Zondagsmorgens pistolets in onze pijama,
gezellig babbelen
en ’s namiddags kijken naar “Rijsel”,
want ons ma was ook een filmmaniak.
Tijdens haar jeugdjaren in Kortrijk,
liep ze samen met haar zus Viviane,
de cinema’s plat.
Als jonge vrouw was ze ook heel sportief.
Basket was haar ding, eerst bij Kortrijk-Sport,
later toen ze in Gent kwam wonen,
bij Hellas-Gent,
waarmee ze kampioen speelde.
Zwemmen kon ze ook goed
en heel ons gezin moest dan ook deelnemen,
aan de wedstrijden van de RTT.
Ons papa leerde ze immers kennen via de RTT.
Er was een bal van ’t werk
en zo ontmoette een mooi meisje uit Kortrijk
een magere knappe gast uit Gent.
Ze trouwden in 1949 en kregen nog veel kindjes.
Mama, je blijft in onze herinneringen leven. |